‘We worden steeds beter herkend en begrepen’

Bedrijventerreinen worden gesloten en kantoorpanden staan leeg. Voor Industriepark Kleefse Waard echter staan bedrijven bijna letterlijk in de rij. Hoe kan dat? Wat is er zo bijzonder aan dat park, dat veel Arnhemmers
nog steeds associëren met ‘vieze industrie’? Die typering raakt tegenwoordig kant noch wal.
Sinds ontwikkelaar/belegger Schipper Bosch het park in 2003 overnam is alles anders. Sterker nog: IPKW is booming.

Zo, dat ziet er gelikt uit! Als je een paar jaar niet op het bedrijventerrein bent geweest, verbaas je je meteen bij de entree. Een glimmende portiersloge en nog vriendelijke mensen ook die je verder helpen.
Welkom op IPKW, ‘de wereld op één plek’ als we de site van Schipper Bosch mogen geloven. Hier zijn vooral bedrijven gevestigd die zich richten op (innovatieve) technologie en duurzaamheid. Luttele minuten later. Gezeten aan tafel met koffie en thee, schuiven directeur Kevin Rijke (geen stropdas maar een sjaaltje) en Mathijs Buddingh’, verantwoordelijk voor het commercieel beheer van het park, visitekaartjes richting hun gast. ‘Join the cleantech community’, staat erop. Ach ja, waarom zou je niet flink reclame maken voor je eigen business?

Eeuwigheid
Van de scepsis van dat moment is een uur later weinig over. Rijke en Buddingh’ hebben een goed verhaal. We hebben het over commercieel vastgoed, maar Schipper Bosch heeft uitgesproken het terrein niet te willen verkopen. “We zitten hier voor de eeuwigheid”, stelt Rijke, en een leek begrijpt dat dat rust geeft in de tent. Buddingh’: “Met die wetenschap kijk je anders naar commercieel vastgoed. We kunnen het hier structureel goed opbouwen en doen niet aan oppimpen voor de buitenwereld.” Inmiddels heeft die buitenwereld in de gaten dat er iets bijzonders gebeurt op IPKW. In 2015 won het Arnhemse bedrijventerrein de ‘Gouden Piramide’, een rijksprijs voor ‘inspirerend opdrachtgeverschap’. De jury stelde dat IPKW ‘een nieuwe standaard heeft gezet voor herontwikkeling’. Breng daar maar eens wat tegenin. Rijke: “Op die prijs zijn we natuurlijk trots. Het heeft onze naam zeker goed gedaan. We worden steeds beter herkend en begrepen in ons streven het duurzaamste bedrijventerrein van Nederland te worden.”

Pareltje
Waar hebben we het precies over? Over een bedrijventerrein van 60 hectare, ingeklemd tussen de Westervoortsedijk, de N325 (Pleijweg) en een dode arm van de Neder-Rijn, dat bestaat sinds 1941 en dat jarenlang de thuishaven was van AKU, het huidige Akzo Nobel. Enkele verzelfstandigde onderdelen van Akzo Nobel zitten nog steeds op het terrein, dat vandaag de dag bijna zeventig bedrijven en bedrijfjes huisvest. In totaal werken ruim 1.250 mensen op de Kleefse Waard. Daarmee levert het bedrijventerrein een wezenlijke bijdrage aan de werkgelegenheid in Arnhem. De verstandhouding met het gemeentebestuur, dat IPKW een ‘pareltje voor Arnhem’ heeft genoemd, is uitstekend.

De grootste verandering van de laatste pakweg vijf jaar is dat IPKW is veranderd. Niet meer heel erg op zichzelf gericht, maar veel meer naar buiten gekeerd. Daarbij wordt waar mogelijk de duurzame filosofie uitgedragen. Niet eens per se om nieuwe
bedrijven te interesseren, want veel ruimte is er niet meer. Buddingh’: “Het is hard gegaan. Tegen bedrijven waar we twee jaar geleden nog blij mee waren geweest, zeggen we nu ‘nee’. Omdat ze niet passen in onze visie, die uitgaat van het bundelen van bedrijven die zich bezighouden met Energie en Milieutechnologie. EMT, met name gericht op duurzame en innovatieve producten, diensten en oplossingen, is het centrale thema van IPKW.”

'Onze insteek is herontwikkeling,
niet slopen en nieuw bouwen’

De verduurzaming van het bedrijventerrein is uitgevoerd met vijf aandachtsgebieden als leidraad: energie, afval, mobiliteit, mensen en bebouwde omgeving. Omwille van de ruimte slechts een korte toelichting. Rijke: “We proberen duurzame energiestromen zoveel mogelijk integraal te koppelen. Zonne-energie en windenergie uiteraard, maar er komt ook een biomassaketel. Op het gebied van afval streven we naar vrijwel volledig hergebruik. We zijn bezig een grondstoffenbank op te zetten waarin we alle afval gaan verzamelen. Andere bedrijven kunnen daaruit putten.” “Mobiliteit is ook een mooi voorbeeld van onze aanpak. We hebben 65 laadpunten voor elektrische auto’s. Dat doet niemand ons na. Mathijs en ik rijden elektrisch, maar je ziet nu dat steeds meer mensen die hier werken een elektrische auto aanschaffen. Omdat ze weten dat je aan het eind van de dag met een volle accu naar huis kunt.”

Energielabel A
“Op het gebied van mensen kijken we ook naar wat we kunnen betekenen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, en bebouwde omgeving is iets dat in de genen zit van Schipper Bosch, van oudsher een bouwbedrijf. Onze insteek is herontwikkeling, niet slopen en nieuw bouwen. We hebben hier gebouwen van zeventig jaar oud met energielabel A. Mooi toch? Ook bij de aanplant van groen denken we eerst na. De laatste keer zijn het Japanse honingbomen geworden, omdat bijen steeds meer worden bedreigd. Als je dan toch bomen plant, waarom dan geen exemplaren waar die bijen wat aan hebben?”

De maakindustrie, vroeger de basis van IPKW, is nog altijd goed vertegenwoordigd
op het terrein. Steeds meer echter is ‘een tweede schil’ zichtbaar. Een adviesbureau, designbedrijfjes en innovatieve bedrijven op het gebied van duurzaamheid hebben er een veel gevarieerder ‘community’ van gemaakt. Er zijn ook ontmoetingsgelegenheden voor medewerkers van al die bedrijven en mogelijkheden om te sporten. Meerwaarde die wordt gecreëerd door de ‘regisseur’ van dit alles: Schipper Bosch.

Van community naar campus
Nu nog de derde schil. Rijke: